Wijziging Prijzenwet: ACM op jacht naar kortingsacties

Per 28 mei 2022 worden de regels voor bedrijven aangescherpt voor het geven van prijskortingen en prijsvergelijkingen. Dit moet ervoor zorgen dat consumenten niet meer misleid worden met nepaanbiedingen. Een belangrijke verandering is dat een kortingsactie alleen nog is toegestaan indien een product voor de gehanteerde ‘van’-prijs is verkocht in een periode van 30 dagen voorafgaand aan de aanbieding. De Autoriteit Consument & Markt (“ACM”) heeft aangekondigd boetes aan bedrijven op te leggen die zich hier niet aan houden. De belangrijkste wijzigingen en uitzonderingen worden in deze blog op een rij gezet.

Prijzenwet en Besluit prijsaanduiding producten

De Europese Commissie heeft eerder besloten om met een omvangrijk pakket aan nieuwe wetgeving de rechten van consumenten te versterken en te moderniseren. Dit pakket aan nieuwe regels wordt ook wel de New Deal for Consumers genoemd (zie onze vorige blog).

Onderdeel van de New Deal is de zogenaamde Omnibusrichtlijn. De Omnibusrichtlijn wijzigt de Richtlijn prijsaanduiding producten. De Richtlijn prijsaanduiding producten is in Nederland geïmplementeerd in de Prijzenwet en het Besluit prijsaanduiding producten. Op grond van deze regelgeving zijn bedrijven onder andere verplicht hun prijzen op een duidelijke en eerlijke manier te communiceren.

Zo schrijven de regels bijvoorbeeld voor dat consumenten niet op het verkeerde been mogen worden gezet met nepaanbiedingen. Dat zou namelijk consumentenmisleiding zijn. Bedrijven, en met name online bedrijven, kunnen momenteel de ‘van’-prijs – ook wel referentieprijs waartegen de ‘voor’-prijs wordt afgezet – vlak voor een aanbieding verhogen en zo een hoge ‘van’-prijs afzetten tegen een lage ‘voor’-prijs. Hierdoor is het voor de consument lastig te controleren of de getoonde prijsvermindering wel echt is. Indien een handelaar een kortingsactie houdt voor een product, dan moet het product ook daadwerkelijk voor de gehanteerde ‘van’-prijs zijn verkocht in een periode van drie maanden voorafgaand aan de aanbieding.

Artikel 2 van de Omnibusrichtlijn voegt hieraan nieuwe artikelen toe die onder meer zien op aankondigingen van prijsverminderingen. Met de nieuwe regeling wordt deze periode van drie maanden aangepast naar 30 dagen, waarbij de ‘van’-prijs de laagste prijs moet zijn die binnen de 30 dagen gebruikt is door de handelaar. Het doel van de nieuwe regeling is om te voorkomen dat er aan de consument een nepvoordeel, in de vorm van een gefabriceerde prijsvermindering, wordt gepresenteerd door bedrijven.

De ACM gaat toezicht houden op de naleving van de nieuwe wetgeving. Volgens de ACM is de nieuwe norm duidelijker voor zowel bedrijven als consumenten, waardoor de ACM de regeling effectiever kan handhaven. De ACM kan bedrijven een boete opleggen van maximaal € 900.000 voor schendingen van consumentenregels of zelfs 4% van de omzet van de betreffende onderneming (dit was voorheen 2,5%). Aan de betrokken personen die feitelijk leiding hebben gegeven aan de overtreding kan de ACM een boete opleggen van maximaal € 900.000.

Nieuwe regels en handhaving

Per 28 mei 2022 geldt dat de ‘van’-prijs de laagste prijs moet zijn die de handelaar binnen een periode van ten minste 30 dagen voorafgaand aan de aanbieding daadwerkelijk heeft gehanteerd. Dit is de standaardregel. Om een voorbeeld te geven: een product werd maandenlang voor €100 aangeboden, maar de verkoper heeft de prijs sinds enkele weken verlaagd naar €80. Het product verkoopt na een maand nog steeds niet, dus de verkoper besluit om het aan te bieden met 50% korting. Bij deze aanbieding moet hij de ‘voor’-prijs afzetten tegen een referentieprijs van €80, omdat dit de laagste verkoopprijs is die hij heeft gehanteerd in een periode van 30 dagen voorafgaand aan de aanbieding. De verkoper mag dus adverteren met: “van €80, nu voor €40”.

Het volgende is niet toegestaan onder de nieuwe regel:

Een verkoper heeft vóór Sinterklaas de prijzen van zijn producten verlaagd. Een week daarna verhoogt hij de prijzen. In de week vóór Kerstmis verlaagt hij de prijzen door korting te bieden. De verkoper geeft nu als ‘van’-prijs de na Sinterklaas verhoogde prijzen aan en als ‘voor’-prijs de verlaagde kerstprijzen. Consumenten krijgen hierdoor de indruk dat zij een extra grote korting voorgeschoteld krijgen.

In bovenstaand voorbeeld mag enkel de laagste prijs vóór deze prijsvermindering als referentieprijs worden gehanteerd; dus de gereduceerde prijs die is gehanteerd gedurende eerdere acties binnen een periode van ten minste 30 dagen. De verkoper moet de prijzen vóór Sinterklaas als referentieprijs hanteren.

De standaardregel is van toepassing op alle vormen van prijsverminderingen: korting in de vorm van een percentage of acties zoals uitverkoop, Black Friday, etc.

De Omnibusrichtlijn biedt - middels artikel 2 - lidstaten de mogelijkheid om een uitzondering op de standaardregel te introduceren. Het kabinet heeft aangekondigd hiervan gebruik te maken. In Nederland is de standaardregel niet van toepassing op:

  1. Aanbiedingen waarbij er geen vergelijking wordt gemaakt met een prijs die de verkoper eerder heeft gebruikt;
  2. Producten die snel bederven of beperkt houdbaar zijn en waarop een ‘te gebruiken tot’-datum staat;
  3. Producten die minder dan 30 dagen op de markt zijn; en
  4. Progressieve prijsverminderingen.

De uitzonderingen worden geïmplementeerd in een algemene maatregel van bestuur. Hieronder leggen wij de uitzonderingen nader uit.

a) Aanbieding zonder vergelijking met eerder gehanteerde prijs

Het is toegestaan om prijsvergelijkingen te maken waarbij de verkoopprijs wordt vergeleken met een verkoopadviesprijs of de prijs die een concurrent hanteert. Een telefoonaanbieder mag dus adverteren met de beste/laagste prijzen of kan een laagste prijsgarantie bieden.

b) Beperkt houdbare producten

Het is toegestaan om voor producten die beperkt houdbaar zijn en dus een ‘te gebruiken tot’-datum hebben, kortingsacties te hanteren waarbij de ‘vorige prijs’ de prijs is die direct voorafgaand aan de prijsvermindering gold en niet de laagste prijs in de periode dat het product in de winkel heeft gelegen. Deze uitzondering is van toepassing op producten waarvan de prijzen snel kunnen wijzigen, zoals zuivel, vlees of vis, en producten die een ‘te gebruiken tot’-datum hebben. Een slager biedt vers vlees op de eerste dag van de verkoop aan met 10% korting. Hij adverteert met: “Biefstuk, vers van de slachterij! Van 6, alleen vandaag met 10% korting voor €5,40”. De dag erna vervalt de korting en wordt het vlees voor de volledige prijs aangeboden. Hij adverteert met: “Biefstuk 6”. Wanneer de biefstuk na een week bijna de houdbaarheidsdatum heeft bereikt, besluit de slager om het aan te bieden met 50% korting. In dit geval mag als referentieprijs, de meest recente prijs voorafgaand aan de prijsvermindering worden gehanteerd, dus de volledige prijs van €6. Omdat het dus om een beperkt houdbaar product gaat, is de slager niet verplicht om de laagste prijs van de afgelopen 30 dagen te hanteren.

c) Producten die minder dan 30 dagen op de markt zijn

Het is toegestaan om een kortingsactie te hanteren voor een product dat minder dan 30 dagen op de markt is, waarbij de verkoper zelf een periode mag kiezen voor het aanbieden van de korting ten opzichte van de referentieprijs. Dit soort kortingsacties worden vaak ‘introductiekorting’ genoemd.

d) Progressieve prijsvermindering

Het is toegestaan om een product met een korting aan te bieden, waarna de korting (bijvoorbeeld) wekelijks ononderbroken oploopt tot aan het einde van de kortingsperiode. In zo een geval mag een handelaar de volledige prijs, dus de prijs die gold aan het begin van de kortingenreeks, hanteren als referentieprijs. In de kledingbranche is het heel gebruikelijk om progressieve prijsverminderingen toe te passen. Een broek wordt aangeboden voor 100. Hierop volgt een ononderbroken prijsvermindering van 15%, 35% en 50%. Bij alle aanbiedingen mag de volledige prijs van 100 als referentieprijs worden gehanteerd door de verkoper. Het is alleen verboden om deze uitzondering te gebruiken voor progressieve prijsverminderingen met een tussentijdse prijsverhoging. Als er sprake is van een tussentijdse prijsverhoging, geldt de standaardregel weer. Een shirt wordt eerst aangeboden voor 100, daarna voor 90 en dan voor 80. Hierna wordt de prijs verhoogd naar 85. Als er dan opnieuw een progressieve prijsvermindering volgt van 85 naar 80 en vervolgens naar 70, moet de verkoper 85 als ‘van’-prijs hanteren.

Tot slot

De ACM heeft al aangekondigd dat zij de nieuwe regels omtrent prijsaanduidingen zal handhaven (zie onze vorige blog). Eerder heeft de ACM ook aangegeven dat zij online aanbiedingen van 25 webshops voor een langere periode heeft vastgelegd. Daarbij heeft de ACM geconstateerd dat webshops adverteerden met aanbiedingen, die geen echte aanbiedingen waren. De ACM heeft aangekondigd om deze inventarisatie als opmaat naar de handhaving van de nieuwe regels in 2022 te gebruiken. Bedrijven zijn dus gewaarschuwd!

Meer weten over consumentenregels en onze andere blogs lezen? Kijk op www.consumentenrecht.info

Voor alle informatie over een bedrijfsbezoek van ACM en de Europese Commissie, zie invalacm.nl

Volg Maverick Advocaten op Twitter en LinkedIn

Contact

Martijn van de Hel

T +31 20 238 20 02
M +31 6 21 210 853

Diederik Schrijvershof

T +31 20 238 20 03
M +31 6 81 364 318