ACM Richtsnoeren voor de zorgsector 2014

07-01-2014

De meest recente versie van de ACM Richtsnoeren voor de zorgsector is van maart 2010. Dat is bijna vier jaar geleden. Is er in de zorgsector niet langer behoefte aan voorlichting? Jawel, zo geeft minister Schippers op 24 december jl. aan: “Het ministerie van VWS gaat daarom samen met de ACM en de NZa een rondgang door Nederland maken. Hierbij wordt aan zorgverleners en instellingen uitleg gegeven over het beleid en regels rondom samenwerking en mededinging. Daarnaast zullen ervaren problemen geïnventariseerd en waar mogelijk opgelost worden.” Kortom, de toezichthouders komen naar de zorgaanbieder toe.

In de zorgsector die door overheidsoptreden met akkoorden over ziekenhuiszorg en GGZ sterk in transitie verkeert, is laagdrempelig voorlichting geven over de toelaatbaarheid van samenwerking en de Mededingingswet (Mw) essentieel. Gebeurt dat onvoldoende dan ontstaat het risico dat voor de zorg gewenste én geoorloofde samenwerking achterwege blijft, omdat de zorgaanbieder en haar bestuur vreest voor (persoonlijke) boetes bij overtreding van de Mw. Op die manier staat de Mw de door de overheid gewenste samenwerking in de zorg in de weg. Na de introductie van de Mw in 1998 was het mogelijk bij de (toen nog) NMa een ontheffing van het verbod op mededingingsbeperkende overeenkomsten te vragen (ontheffingsregime). Terwijl dit regime in 2004 werd afgeschaft, stond de toepassing van de Mw in de zorg amper in de kinderschoenen. De zorgsector heeft dus niet kunnen profiteren van het ontheffingsregime en de voorbeelden die in dat kader zijn ontstaan. Het gemis aan voorbeelden is deels ondervangen met de eerdergenoemde Richtsnoeren, maar die zijn nu al zo’n vier jaar oud.  

Sinds de afschaffing van het ontheffingsregime moeten zorgaanbieders zelf bepalen of zij aan de criteria voldoen om te profiteren van de uitzonderingen op het kartelverbod. Dat is niet steeds een eenvoudige opgave. De mogelijkheid bestaat om in dat kader met een verzoek om informele zienswijze een oordeel van de ACM te krijgen. Knelpunt daarbij is dat op grond van de vuistregels informele zienswijzen hoge eisen gelden alvorens de ACM een verzoek honoreert. De ACM heeft in 2012 aangegeven voor de zorg te willen kijken: “iets royaler om [te] kunnen gaan met het geven van informele zienswijzen, met name waar die een grote voorbeeldwerking kunnen hebben.” Een zeer welkome ontwikkeling. Ondanks deze handreiking van de ACM blijft een significante toename van informele zienswijzen in de zorg uit. Dat kan diverse oorzaken hebben. Wat hier ook van zij, een aantal drempels die een rol kunnen spelen zijn snel en zonder hoge kosten weg te nemen. Ten eerste geldt dat de ACM volgens de vuistregels zelf geen onderzoek verricht in het kader van een informele zienswijzeverzoek. Zorgaanbieders dienen dus zelf alle informatie voor die beoordeling aan te leveren. De ACM kan zorgaanbieders tegemoet komen door aan te geven dat de ACM (tijdelijk) bij een informele zienswijzeverzoek ook onderzoek kan doen. Daarbij is, ten tweede, winst te behalen bij de tijdrovende en/of kostbare exercitie van datavergaring die veelal nodig is om te spreken van een complete aanvraag voor een informele zienswijze. Die data (van marktafbakening tot kwaliteitsgegevens) zijn vaak al beschikbaar bij de ACM, NZa, IGZ, VWS of het Kwaliteitsinstituut. Bij opsporing delen toezichthouders data al met elkaar. Dat past volgens de ACM bij de effectieve taakuitoefening. De ACM kan aangeven die aanpak bij informele zienswijzeverzoeken ook optimaal te gaan volgen. Ten derde volgt uit de vuistregels dat een informele zienswijzetraject de ACM “niet [belet] om in een later stadium een onderzoek te starten of alsnog een besluit te nemen”. Dit kan een drempel vormen om een zienswijzeverzoek in te dienen. Door aan zorgaanbieders aan te geven dat hier (behoudens welbewuste kartels) niet voor gevreesd hoeft te worden, kan de ACM koudwatervrees bij de zorgaanbieders wegnemen. Worden deze maatregelen genomen dan zal de kans toenemen dat de ACM Richtsnoeren voor de zorgsector 2014 zich met concrete praktijkvoorbeelden als het ware vanzelf laten schrijven. Zo vindt in 2014 niet alleen de toezichthouder de weg naar de zorgaanbieder, maar de zorgaanbieder ook de weg naar de toezichthouder.

Voor meer informatie, raadpleeg www.zorgcontractering.com

Volg Maverick Advocaten op Twitter en LinkedIn

Informatie

Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met ons op:

Diederik Schrijvershof

T +31 20 238 20 03
M +31 6 81 364 318

Martijn van de Hel

T +31 20 238 20 02
M +31 6 21 210 853

Bas Braeken

T +31 20 238 20 01
M +31 6 11 592 679