Collectieve beheersorganisaties en het mededingingsrecht

Collectieve beheersorganisaties (“CBO’s”) die de belangen van rechthebbenden van beschermde werken - zoals muziek of boeken - behartigen, bestaan sinds jaar en dag. Door de wijzigingen in het (digitale) medialandschap, wordt de positie van CBO’s steeds belangrijker. In deze blog wordt stilgestaan bij de toepasselijkheid van de mededingingsregels op het fenomeen CBO’s en worden de laatste ontwikkelingen besproken.

CBO’s

Het auteursrecht geeft rechthebbenden exclusieve rechten tot het reproduceren en openbaar maken van hun werken. Dit zijn beschermde werken. De verspreiding van beschermde werken, zoals boeken en muziekopnamen, vereist licentieverlening van rechten door houders van auteursrechten en naburige rechten. Dit kunnen onder meer auteurs, producenten en uitgevers zijn en kwalificeren als rechthebbenden. Rechthebbenden kunnen individueel of collectief hun rechten beheren. In enkele gevallen is collectief rechtenbeheer wettelijk verplicht.

Een CBO is een organisatie die de belangen van rechthebbenden behartigt. Namens de rechthebbende, onderhandelt de CBO over tarieven met afnemers, verleent de CBO licenties aan afnemers, int en verdeelt de CBO inkomsten op grond van de exploitatie van rechten onder de leden en houdt de CBO toezicht op het gebruik van rechten.

CBO’s hebben een belangrijke functie in de markt. CBO’s bevorderen diversiteit van creativiteit doordat zij de markt toegankelijk maken voor kleine en minder populaire repertoires, maar moeten ervoor waken dat zij de concurrentie niet verstoren. CBO vallen onder het bereik van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten, de implementatie van de Europese Richtlijn collectief beheer. Daarnaast is het mededingingsrecht van toepassing op CBO’s.

Mededingingsrecht

Mededingingsrechtelijk kunnen CBO’s worden aangeduid als een ondernemersvereniging dan wel een onderneming. CBO’s worden in beginsel positief beoordeeld. Collectief beheer van auteurs- en/of naburige rechten brengt een krachtig instrument met zich teneinde een billijke vergoeding te krijgen voor het gebruik van beschermde werken door afnemers. Daarnaast leidt collectief beheer tot kostenbesparing door onder andere efficiënte licentieverlening en incasso en het voorkomen van gerechtelijke procedures.

Afspraken die de rechthebbenden via een CBO maken kunnen onder het kartelverbod vallen wanneer die afspraken verder gaan dan strikt noodzakelijk voor het collectief rechtenbeheer. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de CBO als platform dient voor rechthebbenden (die met elkaar concurreren) om prijs-, volume- en marktverdelingsafspraken te maken of concurrentiegevoelige informatie onderling uit te wisselen.

Een CBO bezit marktmacht wanneer zij circa 15%-20% van de markt vertegenwoordigt. Een CBO mag dan geen barrières opwerpen voor haar leden. De criteria voor deelname moeten niet-discriminatoir, transparant en vooraf duidelijk zijn. Een CBO kan zelfs een economische machtspositie bekleden. In dat geval mag een CBO haar economische machtspositie niet misbruiken. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie is sprake van een economische machtspositie indien een onderneming zich in belangrijke mate onafhankelijk kan gedragen van haar concurrenten, afnemers en uiteindelijk consumenten. Een machtpositie wordt - als vuistregel - vermoed bij een marktaandeel van minstens 50%. Het begrip ‘misbruik’ betreft een open norm. Enkele voorbeelden zijn:

  • excessieve tarieven hanteren;
  • verschillende tarieven voor hetzelfde werk hanteren zonder een objectieve rechtvaardiging;
  • rechthebbenden bij toetreding verplichten al hun auteursrechten in beheer te geven en bij uittreding die rechten niet teruggeven;
  • leden van een CBO beperken in hun mogelijkheden om slechts een paar eigendomsrechten over te dragen tot bepaalde landen of tot sommige categorieën van rechten;
  • leden van een CBO verbieden om lidmaatschap in te ruilen voor een lidmaatschap bij een buitenlandse organisatie;
  • buitenlandse artiesten niet toelaten als lid bij een CBO.

Interessant is het toezeggingsbesluit van de ACM inzake Buma/Stemra. De ACM onderzocht of Buma/Stemra misbruik maakte van haar machtpositie bij het beheer van auteursrechten. Componisten en tekstschrijvers hebben Buma/Stemra nodig voor het innen van hun auteursrechtvergoedingen voor het spelen van hun werk op radio en televisie, maar niet altijd voor internet. Buma/Stemra hanteerde een overdracht van auteursrechten in een alles-in-één-pakket. Daardoor hadden componisten en tekstschrijvers geen mogelijkheden om hun liedteksten of composities te verkopen op het internet. Op initiatief van de ACM heeft Buma/Stemra het systeem voor het beheer van auteursrechten aangepast waardoor componisten en tekstschrijvers kunnen kiezen welke rechten ze bij Buma/Stemra willen onderbrengen.

Tarieven

Een CBO heeft de vrijheid zelf tarieven vast te stellen voor het verlenen van licenties, mits deze tarieven gebaseerd zijn op objectieve en niet-discriminerende criteria. Daarnaast mag een CBO geen verschillende tarieven hanteren voor gelijkwaardige licenties, tenzij hiervoor een objectieve rechtvaardiging bestaat en de concurrentie op de onderliggende markt niet wordt verstoord. Dit biedt de nodige commerciële vrijheid. Stichting Buma/Stemra hanteert bijvoorbeeld verschillende categorieën van tarieven per soort muziekgebruik (kermis, basisonderwijs, werkruimte etc.) en de oppervlakte van de ruimte waar de muziek wordt afgespeeld. Stichting Reprorecht baseert haar tarieven op het aantal medewerkers dat werkzaam is bij de gebruiker en of de gebruiker behoort tot een sector die intensief gebruikmaakt van informatie. Zo maakt een verwerkingsfabriek van voedsel minder gebruik van informatie, dan een advocatenkantoor.

De keerzijde is dat er weinig ruimte voor individuele rechthebbenden is om eigen tarieven en licentievoorwaarden te hanteren via een CBO. In sommige gevallen is het zelfs wettelijk niet toegestaan voor individuele rechthebbenden om eigen tarieven en licentievoorwaarden te hanteren of afspraken te maken. Zo heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat de CBO ‘SENA’ exclusief vertegenwoordigingsbevoegd is en dat rechthebbenden bij SENA niet individueel mogen onderhandelen over de hoogte van tarieven met derden. Wat individuele rechthebbenden wel kunnen doen, is aangeven dat zij bepaalde doeleinden voor haar werk willen uitsluiten. Buma/Stemra werkt bijvoorbeeld met een opt-out-systeem waarin een rechthebbende bepaalde doeleinden voor haar werk kan uitsluiten.

Uit de rechtspraak volgt dat CBO’s geen excessieve tarieven mogen hanteren. De rechtspraak definieert niet het begrip excessief. Om de redelijkheid van een tarief vast te stellen, wordt in de rechtspraak vaak een vergelijking gemaakt met tarieven die CBO’s uit andere lidstaten rekenen voor vergelijkbare diensten, mits deze zogeheten referentielidstaten op grond van objectieve, geschikte en verifieerbare criteria worden gekozen. Als uit die vergelijking een aanzienlijk verschil komt, dan vormt dat een aanwijzing voor misbruik van een machtspositie.

De redelijkheid van een tarief kan ook vastgesteld worden door de Geschillencommissie auteursrechten (“Geschillencommissie”). In de zaak van CBO ‘Videma’, beoordeelde de Geschillencommissie of Videma een excessief tarief hanteerde voor de verhoging van het tarief voor het ‘all-in’ gebruik voor vertoning en doorgifte van Nederlandse tv-programma’s in ziekenhuizen met 80% ten opzichte van voorafgaande jaren. De Geschillencommissie keek naar de waarde van het ‘all-in’ gebruik in het economisch verkeer en de prijzen waarover eerder overeenstemming door partijen was bereikt. Tegen die achtergrond en bij het ontbreken van een objectieve verklaring voor de tariefstijging, was het oordeel dat Videma excessieve tarieven hanteerde. De Rechtbank Amsterdam nam het oordeel van de Geschillencommissie over en concludeerde dat Videma haar economische machtspositie heeft misbruikt.

Voor sommige diensten is het lastiger om vooraf duidelijk een tarief vast te stellen. Zo is het bij muziek op een festival lastig bij te houden hoeveel copyright muziek daadwerkelijk wordt afgespeeld. Twee Belgische festivalorganisaties hebben de CBO ‘SABAM’ voor de rechter gedaagd omdat SABAM excessieve tarieven zou hanteren. De Rechtbank van Antwerpen heeft in deze procedure prejudiciële vragen gesteld over de wijze waarop SABAM haar tarieven voor licentieverlening vaststelt voor het gebruik van muziek met copyright. De A-G bij het Hof van Justitie concludeert in deze zaak dat de tariefstructuur van SABAM niet persé excessief is. Het is uitkijken naar de uitspraak van het Hof.

Digitalisering

Een ontwikkeling van het afgelopen decennium is de digitalisering. Tegenwoordig kan iedereen content posten op onlineplatforms met daarin mogelijk auteursrechtelijk beschermde inhoud. Denk maar aan Youtube, Facebook, Instagram etc. Door de komst van de Auteursrechtenrichtlijn hebben uitgevers een naburig recht op de online content die zij publiceren. Alleen met een (betaalde) licentie kan deze content door afnemers worden hergebruikt. In dit kader heeft de Franse mededingingsautoriteit besloten dat Google uitgevers in Frankrijk moet betalen voor het overnemen van nieuwsberichten.

De Auteursrechtenrichtlijn bepaalt ook dat makers een passend aandeel moeten krijgen van de inkomsten die uitgevers ontvangen voor het hergebruik van online content - het werk van de maker - door onlineplatforms. Wat verstaan moet worden onder passend, is onduidelijk. Deze regel is overigens niet nieuw. Onder de Auteurswet hebben makers recht op een billijke vergoeding voor de verlening van iedere exploitatiebevoegdheid van hun werk. Indien het werk succesvol blijkt te zijn, bepaalt de ‘bestsellerbepaling’ dat de maker recht heeft op een aanvullende billijke vergoeding.

Gelet op deze ontwikkelingen, is het onze verwachting dat CBO’s zullen opstaan om namens de rechthebbenden licenties te verkopen en vergoedingen te innen bij grote (online) platforms. Zowel CBO’s als (online) platforms zullen hierbij de mededingingsregels in acht moeten nemen.

Voor alle informatie over een bedrijfsbezoek van de ACM en de Europese Commissie zie invalacm.nl

Volg Maverick Advocaten op Twitter en LinkedIn

Contact

Martijn van de Hel

T +31 20 238 20 02
M +31 6 21 210 853

Diederik Schrijvershof

T +31 20 238 20 03
M +31 6 81 364 318

Réshmi Rampersad

T +31 20 238 20 13
M +31 6 18 949 719